Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


grijs_piet_-_biografie

Grijs, Piet

Biografie


corstius_hugo-brandt.jpg

Hugo Brandt Corstius (Eindhoven, 29 augustus 1935) is een Nederlands schrijver en wetenschapper die zowel in de alfa- als in de bètawetenschappen zijn sporen heeft verdiend. Hij is onder andere als columnist bekend geworden onder zijn pseudoniemen Piet Grijs, Stoker, Raoul Chapkis en Battus.

Loopbaan
Brandt Corstius studeerde wiskunde te Amsterdam waar hij een leerling was van Adriaan van Wijngaarden, die zijn interesse voor het nieuwe vakgebied informatica wekte.[1] Hij promoveerde in 1970 op een proefschrift over computertaalkunde en werkte aanvankelijk bij het Mathematisch Centrum in Amsterdam. Bij het grote publiek is hij vooral bekend vanwege zijn letterkundige kant, te weten:

  • als columnist voor met name Vrij Nederland en de Volkskrant;
  • als taalkundige/literatuurcriticus voor onder andere Vrij Nederland, de Volkskrant en NRC Handelsblad.

Pseudoniemen en aanvallen
Brandt Corstius schreef en schrijft onder verschillende (zeker 60) pseudoniemen, alloniemen, piknamen en schuilnamen, waarbij (volgens eigen zeggen) ieder pseudoniem een deel van zijn karakter is. Hij begon zijn loopbaan als schrijver echter onder eigen naam in studentenblad Propria Cures, waar hij redacteur was van 1957 tot 1959.

Hij schreef in Vrij Nederland een wekelijkse column onder het pseudoniem Piet Grijs. Van 1979 tot 1986 schreef hij ook in de Volkskrant onder het pseudoniem Stoker. Eind 2008 verscheen na vele jaren de laatste column van Piet Grijs in Vrij Nederland. Zowel hoofdredacteur Frits van Exter als Brandt Corstius zelf liet in het midden of hij ontslagen was dan wel ontslag had genomen.

Als Piet Grijs schreef hij een serie aanvallen op de Leidse criminoloog Wouter Buikhuisen die door middel van hersenonderzoek een verband zocht tussen criminaliteit en sociobiologische factoren. Hij vergeleek Buikhuisen, die zojuist benoemd was tot hoogleraar aan de Universiteit Leiden, met Joop Glimmerveen, de leider van de extreemrechtse Nederlandse Volks-Unie. Brandt Corstius bediende zich hierbij van het argumentum ad hominem door het gebruik van termen als: “hij is een kale, impotente carrièrewetenschapper”, een “verblinde vakidioot”, een “bedrieger”, een “aartsopportunist”, een “domme charlatan”.

Buikhuisen kreeg als gevolg van de aanvallen te maken met bommeldingen en een verstoorde oratie en werd bedreigd met de dood. Hij verloor ten slotte de steun van de universiteit. Jaren later werd dergelijk onderzoek een algemeen geaccepteerde onderzoeksdiscipline maar in het politieke en wetenschappelijke klimaat van de jaren zeventig waren de artikelen van Brandt Corstius aanleiding tot het volledig dwarsbomen van het onderzoek en het breken van Buikhuisens carrière. Brandt Corstius heeft zich nooit gedistantieerd van de artikelserie en gaf nog in 2009 te kennen niet van oordeel te zijn veranderd.

Piet Grijs is eveneens deels verantwoordelijk voor het zich terugtrekken van Paul Cliteur uit het politieke debat in 2004. Cliteur voelde zich te bedreigd, en voerde als bijkomende reden onder meer opiniestukken van Grijs, Marcel van Dam en Thijs Wöltgens op.

Andere pseudoniemen die hij gebruikt(e) zijn Battus (onder andere in NRC Handelsblad en Vrij Nederland), Raoul Chapkis, Victor Baarn, Batticus, Hugo Battus, Dolf Cohen, Maaike Helder, Peter Malenkov en Talisman, buiten een 60- tot 70-tal andere schuilnamen en/of ondertekeningen.

Twee van de boeken die hij heeft geschreven onder het pseudoniem Battus zijn de Opperlandse taal- & letterkunde en twintig jaar later de opvolger Opperlans!. Dit zijn letterkundige boeken die de vorm van de Nederlandse taal beschrijven, zonder acht te slaan op de betekenis.

P.C. Hooft-prijs
In 1985 weigerde het toenmalige Kabinet-Lubbers I de P.C. Hooft-prijs voor zijn totale essayistisch oeuvre aan Hugo Brandt Corstius uit te reiken, ook al was hij daarvoor voorgedragen door de jury. Dit omdat hij volgens de verantwoordelijke minister Elco Brinkman 'het kwetsen tot instrument had verheven'. Vermoedelijk was met name het vergelijken van de toenmalige minister van Financiën Onno Ruding met de oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann hier debet aan. De jury die Brandt Corstius had voorgedragen protesteerde heftig en trad af. Het werd een echte media-rel en de P.C. Hooft-prijs is twee jaar lang niet uitgereikt; deze werd vervolgens van Staatsprijs gedegradeerd tot 'gewone' prijs. In 1987 was Brandt Corstius de eerste schrijver die deze vernieuwde P.C. Hooft-prijs in ontvangst mocht nemen.

Leonardo-leerstoel
Aan de Universiteit van Tilburg bekleedde hij in 1998 de Leonardo-leerstoel. Tijdens zijn colleges ontvouwde hij een filosofie over het bewustzijn. In zijn theorie werd het bewustzijn losgeknipt van verweven noties als “de ziel” of “de geest”. Het bewustzijn (opgevat als de onweerlegbare notie te weten, te voelen, er van doordrongen te zijn dat je bestaat en dat je ook zou bestaan als een deel van je hersens er niet meer zou zijn) wordt verklaard als een “luchtspiegeling” die ontstaat door de recursieve werking van onze hersenen. (Deze theorie is verwant aan wat Douglas Hofstadter schrijft in Gödel, Escher, Bach.) Metafoor van onze hersenen als een stilstaande vijver, waarin een steen gegooid wordt. De steen verspreidt kringen, die op de randen botsen en dan terugkeren en gaan interfereren met later ontstane kringen.

Brandt Corstius is anno 2005 docent neerlandistiek aan de Sorbonne.

grijs_piet_-_biografie.txt · Laatst gewijzigd: 2017/09/04 23:09 (Externe bewerking)



Er zijn 12 bezoekers online